Peasant Autonomy
         Archive          
ga naar de vorige pagina     English     ga naar de volgende pagina
Verhaal 64

Een gehucht in de Donvallei, Zuid-Rusland – zomer 1920 (3)

En nog is de burgeroorlog niet voorbij


for bigger picture click on this photo

(Foto: Vyacheslav Argenberg)

Rivier de Don, Zuid-Rusland.

Zachtjes klopt Misjka Kosjewoj, een jonge soldaat, op de deur. Zonder op antwoord te wachten stapt hij de keuken van de boerderij binnen: “Een goede middag, tante Iljinitsjna”. Verbaasd draait de oude boerin zich om en haar gezicht verandert in een donderwolk. Zwijgend draait ze zich weer om en gaat verder met het kneden van het brooddeeg. Misjka gaat aan tafel zitten: “Hoe gaat het hier? We hebben elkaar lang niet gezien.” Iljinitsjna reageert, zonder om te kijken: “We hebben je niet erg gemist, ga maar liever weer weg.” Misjka laat zich niet van zijn stuk brengen, hij heeft gerekend op boze woorden.
Als de deur van de zitkamer opengaat, beginnen zijn ogen te stralen. Daar staat Doenjasjka, de dochter van Iljinitsjna. Naar haar heeft hij al die maanden verlangd. Voor haar is hij teruggekomen naar het dorp. Voor haar zal hij de hatelijkheden van de oude vrouw verdragen. “Goede middag”, zegt Misjka nog een keer, maar nu veel schuchterder. Verlegen slaat Doenjasjka haar ogen neer, loopt naar hem toe, gaat bij hem zitten en neemt, zonder een woord te zeggen, zijn hand in de hare.


for bigger picture click on this photo

(Foto: Sergio Tittarini)

Steppe, Rusland.

Twee jaar lang heeft er een verschrikkelijke burgeroorlog gewoed in de Donvallei, in het zuiden van Rusland. Misjka, een landarbeiderszoon, heeft zich aangesloten bij de Roden, bij het Sovjetleger, om de Witten te verslaan die de pasgeboren Sovjetstaat om zeep wilden helpen. Maar veel zonen van rijkere boeren hier vochten mee aan de kant van de Witten.

- “Hoe durf je me hier onder ogen te komen”, briest Iljinitsjna, “jij moordenaar”.
- “Ach, moedertje” reageert Misjka, “waarom doe je zo lelijk tegen me?”
- “Ik ben helemaal je 'moedertje' niet! Heb jij Pjotr, mijn bloedeigen zoon, soms niet vermoord?”
- “Ik heb hem gedood, dat klopt, maar het was oorlog. Als hij mij gevangen had genomen, had hij mij ook gedood. Net zo goed. En als ik een 'moordenaar' ben, dan is dat lieve zoontje van u een 'massamoordenaar'; zoveel Roden als hij doodgesabeld heeft …”

Dan begint Doenjasjka te huilen: “Houdt het dan nooit op? Laat hem met rust, mama, anders loop ik met hem weg.” Kwaad draait Iljinitsjna zich om en gaat verder met kneden.

_______________________

Bron
In zijn vuistdikke, monumentale roman De stille Don (1928-1940) beschrijft de Russische schrijver Michail Sjolochov de burgeroorlog op het platteland, vlak na de Russische revolutie.



Ga naar:
= deel 1: Deserteurs - Roemenië – najaar 1917 (1), verhaal 59.
= deel 2: Een herder sluit zich aan bij de Roden - steppe in de Donvallei, Zuid-Rusland – lente 1918 (2), verhaal 61.
= de volgende pagina: La Rosa Blanca – een landgoed in Veracruz, Mexico – 1920, verhaal 65.
= de Inhoudsopgave, verhaal 64.